maandag 31 maart 2008

DE ELF ACHT VIER ZEVEN GENOEG

Yes, eindelijk is Fitna uit. Ik heb hem gekeken met vrienden in het donker, maar er gebeurde helemaal niks. Na 6 minuten hebben we die veredelde powerpointpresentatie afgezet en genoten van het verdere aanbod op Youtube. Geert Wilders is geniaal als hij voorzien had dat de gematigde moslims in Nederland nu eindelijk eens van zich zouden gaan laten horen. Zo is er dan toch nog een enigszins vrolijke afloop. Nu is het enkel nog wachten op een terrorist die hem, zoals verwacht, neersteekt. Over vijf jaar organiseren Netwerk, Rondom Tien en Pauw en Witteman een avondvullende uitzending en dan is het voor eeuwig gedaan.

Verder zit ik sinds twee weken zonder werk en dat is af en toe ontspannend maar ook behoorlijk vervelend. Ik kijk tv, luister muziek, kook, klaag, lees soms de krant, speel scrabble, en sluip langs de douane. Een tiental dagen geleden bedacht ik me een goede grap voor 1 april maar ik was zo enthousiast dat sommigen al op de hoogte zijn.

maandag 24 maart 2008

DE KAMER VAN DE TIENDUIZEND DINGEN (NOBODY REALLY FEELS THE SWELL)


Op 3.5 cm ten zuiden van mijn navel heb ik een vreemd klein rood plekje.

Het weekend was een aaneenschakeling van iets te bescheiden feestjes en iets te wilde recepties. Nu zijn de in sneeuw gehulde dagen weer vertrokken en heb ik mijn ontbijt overgeslagen. Vaak lunch ik sowieso niet, en op die manier betekende dit dat ik vandaag alleen gefrituurde patat en iets in een krokant jasje gegeten heb. Desondanks voel ik me aardig goed. Onze muziek is af en met de opnames op zak hebben we aanstaande donderdag een eerste optreden in de hoofdstad, waar ik erg opgewonden over ben. Morgen is de dag om mijn toekomst te regelen. Ik wilde na mn mislukking in Antwerpen, die met mijn baantje als commercieel medewerker waarschijnlijk nog tot de zomer voortduurt, wat vakgerichter te werk gaan. Dat is een citaat. Bij de post van de afgelopen week zat verder nog wat propaganda. God geve me binnenkort interessant en coherent nieuws. Me gusta A.L. Snijders, al een tijdje, ik wil zijn boek kopen en het aan iedereen voorlezen.

In de Parool-columns leerde de lezer hem kennen als een atheïst, een, zoals hij schreef, rationalistische liberaal. Iemand die niets van politiek begreep, iemand die in één van zijn eerste columns schreef: 'Ik doe nooit iets. Om me heen gebeuren de dingen. Het besluit is een obsessie voor me. Mensen die besluiten nemen, worden door mij bewonderd en veracht. Met deze houding sla ik geen goed figuur. Ik wek wrevel en mij wordt verweten dat ik anderen de kastanjes uit het vuur laat halen. Wat is daarop tegen? Dat willen die anderen toch, dat geeft ze toch een lekker gevoel?'

Nu, ruim twintig jaar later, zegt hij: ''Ik ben sentimenteel, week, huilerig, afwerend, een man van vogelhuisjes, een gezinsman met kleinkinderen. Een dadaïst, maar een burgerlijke dadaïst. Ik ben een Eftelingkabouter. Er is iets afschuwelijks gebeurd. Ik wil streng zijn, jazzy, emotieloos. Ik wil een strakke mondrianist zijn.''

Dat laatste is A. L. Snijders in zijn schrijven. In zijn columns en in zijn zkv's, de zeer korte verhalen. De zkv's zijn lang verborgen gehouden. Snijders schrijft ze voor zichzelf, omdat hij móét schrijven, en mailt ze naar een groep liefhebbers. De inhoud kan fictief zijn, of echt gebeurd. Dat doet er niet toe, want het gaat bij A.L. Snijders om de taal, zijn fascinatie voor taal. En die is schitterend; sober, duidelijk en niets verbloemend.

A.L. Snijders schrijft emotieloos, want van huilerig schrijven houdt hij niet. Tacitus, één van zijn favorieten, schreef niet gevoelig, daar houdt hij wel van. Verder legt hij zo min mogelijk uit, en maakt hij veel gebruik van 'de koude verbinding', zinnen die elkaar (schijnbaar) afstoten. Naar de betekenis is het soms zoeken, en je vermoedt hele werelden achter een paar woorden. De lezer moet het allemaal zelf maar uitvogelen.

Jaartallen
In 1912 valt mijn moeder in de Van Eeghenstraat van driehoog uit het raam. Haar moeder komt de kamer binnen en ziet dat het eenjarige meisje op de vensterbank is geklommen en tegen de hor leunt. De hor valt naar buiten en het kind erachteraan.

Hoewel haar moeder verlamd is van schrik, rent ze naar beneden. Haar dochter is ongedeerd, ze heeft geen schrammetje, zoals men in zulke gevallen zegt. De hor heeft de straat eerder bereikt dan het kind, is teruggesprongen en heeft haar val gebroken.

Op 14 januari 2008 parkeer ik mijn auto om half twee 's middags in de Van Eeghenstraat en fiets ik naar het Blauwe Theehuis in het Vondelpark, waar ik een afspraak heb met een fotograaf. De fotograaf is ook op de fiets, we zetten ze tegelijk vast aan het hek. We kennen elkaar niet, twee vreemden. Pas bij het theehuis ziet hij dat ik ik ben, en zie ik dat hij hij is.

Het theehuis is in 1936 gebouwd, een jaar voor mijn geboorte. Het is guur en regenachtig weer, ik heb mijn wollen muts op. Hij maakt de foto's. Hoofd iets hoger, nee, ietsje terug, nu omdraaien, kijkt u maar in de richting van de Van Eeghenstraat. Ik kijk en denk welk raam. Ik zeg tegen de fotograaf: Daar is mijn moeder in 1912 uit het raam gevallen.

Als hij klaar is, fiets ik naar Vertigo (Duizeling), waar ik koffie drink. Ik denk aan mijn dode moeder, wat zou er van haar geworden zijn?
A.L. Snijders

dinsdag 18 maart 2008

donderdag 6 maart 2008

SHAKE A FIST

Volgens teletekst stonden maandag "tweehonderd parlementariërs" in Kabul voor de parlementsgebouwen die "zwaaiden met de vuist" tegen de Nederlandse film en de Deense tekeningen. Als het bericht juist was, valt er in Afghanistan nog veel democratisch zendingswerk te verrichten. De Afghaanse Tweede Kamer telt 240 zetels en de Eerste Kamer 102. Er stond dus gewoon een meerderheid te "zwaaien met de vuist" en "dood aan Nederland" te roepen.
Nogmaals, ik weet niet of de internationale nieuwsberichten juist zijn vertaald, maar als dat zo is, dan moet iemand de parlementariërs meedelen dat zij geacht worden niet buiten te staan roepen, maar in het parlement. Ook kunnen zij daar een kansrijke motie "dood aan Nederland" indienen.
In the Herald Tribune stond gisteren een stuk over de jeugd van Irak. Die begint volgens het verhaal gloeiend de pest te krijgen aan het religieuze extremisme en vooral aan de baarden die dat prediken. Dat biedt hoop.
Als ik de zin "zwaaien met de vuist" lees, moet ik onherroepelijk denken aan John Cleese, die in een van de afleveringen van Fawlty Towers het allermooiste staaltje van "zwaaien met de vuist" uit de tv-geschiedenis weggaf. Cleese staat buiten het hotel en zwaait met de vuist naar twee pas vertrokken gasten, die hem het bloed onder de nagels vandaag hebben getreiterd. Hij wordt één met zijn vuist en legt zijn hele ziel en zaligheid in een woedend zwaaien. Een onvergetelijke scène.
Sindsdien krijg ik een slappe lach van "zwaaien met de vuist". Ik doe het zelf voor de lol ook weleens. Het beeld van tweehonderd parlementariërs die "zwaaiden met de vuist"- naar wie eigenlijk? - maakt in één klap mijn hele dag goed. Hoe ik ook de schurft heb aan fantiekelingen en hoe treurig het eigenlijk ook is.
Want mede voor die parlementariërs staan onze jongens daar in Kamp Holland wel de godganse dag stof te happen en op te letten of er ook een taliban aankomt die zich vanwege de film wenst op te blazen.
Sinds "onze" Afghanen de journalist Sayed Perwez Kambakhsh ter dood hebben veroordeeld omdat hij "godslasterlijke teksten" zou hebben gedownload, wist ik toch al niet meer precies wie we daar nu eigenlijk steunen.
De taliban in het zuiden schijnen de vijand te zijn, maar hoe zit het dan met de mullah uit het noorden, die gisteren in de Volkskrant verklaarde dat "iedereen die de islam beledigt moet worden geëxecuteerd"?
Zijn er in Afghanistan eigenlijk ook jongenren die de buik vol hebben van geestelijke leiders met hun godvergeten grote bek, grote woorden en eeuwig gelijk?
In grote lijnen ziet de situatie in Afghanistan er nu als volgt uit. Ten zuiden van Kamp Holland zitten de taliban, die niks van de film moeten hebben en ons eruit willen schieten. Ten Noorden van Kamp Holland zitten de mullahs en de invloedrijke religieuze raad, die het ook niet echt een goede film vinden en daarom van mening zijn dat onze soldaten moeten ophoepelen.
Ik stel voor dat onze parlementariërs vandaag op Het Plein in Den Haag gaan terugzwaaien met de vuist. Dat is de taal die ze daar begrijpen. En dan die missie maar eens versneld afbouwen.

RUDY TROUVE

'Wanneer we de bisronde niet meetellen, is dit het voorlaatste nummer. Het noemt 'One day our house will become so heavy that it will sink into the earth' en dat gaat over mijn kindjes die over de laatste paar maanden ontzettend veel spullen mee naar huis nemen zoals takken, slakken, en stenen.'

dinsdag 4 maart 2008

STATISTIEK

Wisselvallig weer. Nu moet het lukken.

Mijn weekend was noemenswaardig; vrijdagmiddag hasjiesj gerookt en mijn snor afgeschoren, 's avonds naar Jens Lekman in de trix geweest, veel gedronken, verkouden geworden, zaterdagmorgen gedrumt en gezongen, zaterdagavond There Will Be Blood gaan kijken, FUCKIN GAAF, uitgeslapen met Kaiser Bruno en rond 13:37 ontbeten bij The Food Maker.

Dingen die sindsdien nog gebeurd zijn; mijn bankpas verloren, twee mensen zien kussen in de kiosk, gehuild tijdens het snijden van sjalotjes, de nodige voorbereidingen getroffen voor het bezoek van Clement, twee kruiswoordraadsels opgelost, Filippo 'Het Fenomeen' Inzaghi gewoon in de basis.

zondag 2 maart 2008

YOURE IN MY FLOCK

Voor de afleiding, meer dan omdat zijn maag erom vroeg, ging hij naar de keuken voor een boterham en een nieuw blikje bier. Zittend op een kruk kauwde hij zonder proeven zijn karige maal weg, terwijl zijn gedachten, die hij de vrije teugel liet, zich overgaven aan dagdromerij. Toen zijn waakzaamheid was berslapt tot een halve bewusteloosheid, greep het gezond verstand (...) zijn kans om zich tussen twee flarden van dat gemijmer te dringen met de vraag of hij gelukkig was met de situatie die hij had geschapen.

De geschiedenisleraar was terug bij de bittere smaak van bier dat meteen was doodgeslagen en de weke, kleffe substantie van twee sneetjes nepbrood met ham van inferieure kwalitiet, hij antwoordde dat geluk niets te maken had met wat hier gebeurde, en wat de situatie betrof wilde hij graag kwijt dat hij die niet had geschapen. Goed, jij hebt haar niet geschapen, antwoordde het gezond verstand, maar het merendeel van de situaties waarin we verzeild raken had het zo ver niet geschopt als wij ze niet een handje hadden geholpen, en ontken nu niet dat jij deze geholpen hebt, Het was pure nieuwsgierigheid, meer niet, Daar hebben we het al over gehad, Heb je iets tegen nieuwsgierigheid, Ik signaleer alleen dat het leven je nog niet heeft doen inzien dat ons mooiste geschenk, en met ons bedoel ik van het gezond verstand, uitgerekend, en altijd al, de nieuwsgierigheid is, Naar mijn mening zijn gezond verstand en nieuwsgierigheid onverenigbaar, Wat een vergissing, zuchtte het gezond verstand, Bewijs het me, Wie heeft volgens jou het wiel uitgevonden, Dat weten we niet, Dat weten we wel degelijk, het wiel is uitgevonden door het gezond verstand, alleen een enorme dosis gezond verstand kan in staat zijn geweest dat uit te vinden, En de atoombom, is die ook uitgevonden door dat gezond verstand van je, vroeg Tertuliano Maximo Afonso op de triomfantelijke toon van iemand die zijn tegenstander vloert (...), het gezond verstand, vergeef me dat ik het zeg, is conservatief, ik durf zelfs te zeggen reactionair, Zulke schotschriften komen er altijd, iedereen schrijft en ontvangt ze vroeg of laat, Dan zal het wel kloppen, als zovelen bereid zijn ze te schrijven en zovelen ze wel moeten ontvangen, tenzij ze ze zelf schrijven, Je zou moeten weten dat ergens toe bereid zijn niet altijd betekent dat je het ermee eens bent, het is heel gebruikelijk dat mensen zich onder een mening verzamelen alsof het een paraplu was.


uit: De Man In Duplo, Jose Saramago.