Op 3.5 cm ten zuiden van mijn navel heb ik een vreemd klein rood plekje.
Het weekend was een aaneenschakeling van iets te bescheiden feestjes en iets te wilde recepties. Nu zijn de in sneeuw gehulde dagen weer vertrokken en heb ik mijn ontbijt overgeslagen. Vaak lunch ik sowieso niet, en op die manier betekende dit dat ik vandaag alleen gefrituurde patat en iets in een krokant jasje gegeten heb. Desondanks voel ik me aardig goed. Onze muziek is af en met de opnames op zak hebben we aanstaande donderdag een eerste optreden in de hoofdstad, waar ik erg opgewonden over ben. Morgen is de dag om mijn toekomst te regelen. Ik wilde na mn mislukking in Antwerpen, die met mijn baantje als commercieel medewerker waarschijnlijk nog tot de zomer voortduurt, wat vakgerichter te werk gaan. Dat is een citaat. Bij de post van de afgelopen week zat verder nog wat propaganda. God geve me binnenkort interessant en coherent nieuws. Me gusta A.L. Snijders, al een tijdje, ik wil zijn boek kopen en het aan iedereen voorlezen.
In de Parool-columns leerde de lezer hem kennen als een atheïst, een, zoals hij schreef, rationalistische liberaal. Iemand die niets van politiek begreep, iemand die in één van zijn eerste columns schreef: 'Ik doe nooit iets. Om me heen gebeuren de dingen. Het besluit is een obsessie voor me. Mensen die besluiten nemen, worden door mij bewonderd en veracht. Met deze houding sla ik geen goed figuur. Ik wek wrevel en mij wordt verweten dat ik anderen de kastanjes uit het vuur laat halen. Wat is daarop tegen? Dat willen die anderen toch, dat geeft ze toch een lekker gevoel?'
Nu, ruim twintig jaar later, zegt hij: ''Ik ben sentimenteel, week, huilerig, afwerend, een man van vogelhuisjes, een gezinsman met kleinkinderen. Een dadaïst, maar een burgerlijke dadaïst. Ik ben een Eftelingkabouter. Er is iets afschuwelijks gebeurd. Ik wil streng zijn, jazzy, emotieloos. Ik wil een strakke mondrianist zijn.''
Dat laatste is A. L. Snijders in zijn schrijven. In zijn columns en in zijn zkv's, de zeer korte verhalen. De zkv's zijn lang verborgen gehouden. Snijders schrijft ze voor zichzelf, omdat hij móét schrijven, en mailt ze naar een groep liefhebbers. De inhoud kan fictief zijn, of echt gebeurd. Dat doet er niet toe, want het gaat bij A.L. Snijders om de taal, zijn fascinatie voor taal. En die is schitterend; sober, duidelijk en niets verbloemend.
A.L. Snijders schrijft emotieloos, want van huilerig schrijven houdt hij niet. Tacitus, één van zijn favorieten, schreef niet gevoelig, daar houdt hij wel van. Verder legt hij zo min mogelijk uit, en maakt hij veel gebruik van 'de koude verbinding', zinnen die elkaar (schijnbaar) afstoten. Naar de betekenis is het soms zoeken, en je vermoedt hele werelden achter een paar woorden. De lezer moet het allemaal zelf maar uitvogelen.
Jaartallen
In 1912 valt mijn moeder in de Van Eeghenstraat van driehoog uit het raam. Haar moeder komt de kamer binnen en ziet dat het eenjarige meisje op de vensterbank is geklommen en tegen de hor leunt. De hor valt naar buiten en het kind erachteraan.
Hoewel haar moeder verlamd is van schrik, rent ze naar beneden. Haar dochter is ongedeerd, ze heeft geen schrammetje, zoals men in zulke gevallen zegt. De hor heeft de straat eerder bereikt dan het kind, is teruggesprongen en heeft haar val gebroken.
Op 14 januari 2008 parkeer ik mijn auto om half twee 's middags in de Van Eeghenstraat en fiets ik naar het Blauwe Theehuis in het Vondelpark, waar ik een afspraak heb met een fotograaf. De fotograaf is ook op de fiets, we zetten ze tegelijk vast aan het hek. We kennen elkaar niet, twee vreemden. Pas bij het theehuis ziet hij dat ik ik ben, en zie ik dat hij hij is.
Het theehuis is in 1936 gebouwd, een jaar voor mijn geboorte. Het is guur en regenachtig weer, ik heb mijn wollen muts op. Hij maakt de foto's. Hoofd iets hoger, nee, ietsje terug, nu omdraaien, kijkt u maar in de richting van de Van Eeghenstraat. Ik kijk en denk welk raam. Ik zeg tegen de fotograaf: Daar is mijn moeder in 1912 uit het raam gevallen.
Als hij klaar is, fiets ik naar Vertigo (Duizeling), waar ik koffie drink. Ik denk aan mijn dode moeder, wat zou er van haar geworden zijn?A.L. Snijders

1 opmerking:
ik vind het inderdaad een mooie anekdote dat van het vallen uit het raam.
Een reactie posten