donderdag 3 april 2008

BEUKORKEST

En wij dwaalden, door steden dwaalden we, in lange rijen rollend rubber, waar geasfalteerde horizonnen, in steden, woonerven, winkelcentra gelegen om kantoren, waar verkeersdrempels ons op en neer, op en neer lieten gaan. Ze vielen, de torens, en soms verrezen ze weer in een oogopslag van onze minister-president. Ik viel van droom in droom, soms leek ik te waden in bronnen van pure wijsheid maar bij het ontwaken wist ik niets meer, helemaal niets. De genialiteit was met deze ochtend wederom door de vlingers geglipt. Ik zag het lichaam van de persoon waarin ik huisde, langzaam en onwennig de dag begroeten. Hij zapte langs de drie kanalen die zijn tv nog net uit de volgelopen Haarlemmermeer wist te pikken. Soms niets van dat, trok alleen de lucht aan de gedachte aan morgen, tuurde hij uren over het water waar in de verte, waar ooit Schiphol lag, de vliegtuigstaarten nog net als een school haaienvinnen boven het wateroppervlak uitstaken, hoopten de gedachten in zijn hoofd zich samen als het verkeer wat hem ooit omringde. Donderende vliegtuigen over zijn hoofd, razende motoren op de Haarlemmerweg, bulderende vrachtwagens die de dijk lieten schudden, alles ging snel, alles ging goed, en alles ging overal heen. Hypotheken, sparen en plannen, gsm met vrouw en man, een nieuwe auto in de straat, het eten klaar, wat ben je laat schat. Het zesde pit op 't gasfornuis, een microwave, een tweede huis, de tuin is in maar de tijd is uit, dus mooi geen tijd om in die tuin te wachten tot het water steeg. En het steeg. En vanavond, dames en heren, broeders en zusters, zijn we hier allen tezamen om onze welvarende tijd te verdrijven. Beukorkest, mag ik u verzoeken om langzaam de motoren te starten, en mag ik jullie verzoeken om het modder der welvaart uit je oren te schudden en jullie hersens te laten spoelen.

Geen opmerkingen: