vrijdag 26 maart 2010

NIEUWE VORM VAN PUBLICITEIT; over emotiecultuur, zelfkritiek & onderscheidingsdrift

Vrijdag 19 maart werd mijn verbazing geschetst op de opiniepagina van De Volkskrant. Ik lees dit dagblad nu twee jaar (al kom ik op drukke dagen niet verder dan de voorpagina, de kruiswoordpuzzel en de kookrubriek) en heb het zien veranderen. Columnisten arriveerden en vertrokken, rubrieken verschenen en verdwenen, cartoonisten oogsten kritiek en abonnementen werden opgezegd. Voor een zichzelf respecterend medium als De Volkskrant is het vandaag de dag, zo berichtte het zelf vaak genoeg, lastig om het hoofd boven water te houden. In een maatschappij waar persberichten via internet en gratis tabloids letterlijk voor het oprapen liggen, voelen meer en meer mensen er namelijk steeds minder voor om te betalen voor een volwaardig artikel. Ook De Volkskrant zelf lijkt de waarde van het nieuws inmiddels uit het oog te hebben verloren, getuige het vreemde hoofdredactionele commentaar Bij de dood van Milly.

De strekking van het stuk is dat de berichtgeving van de populaire media inzake huishoudelijke drama’s te ver is doorgeschoten en dit een angstige en paranoïde sfeer onder de nationale bevolking veroorzaakt. De redactie schrijft dat er niet per definitie iets mis is met een zogenaamde emotiecultuur zolang deze maar niet omslaat in de sensatiezucht zoals na de verdwijning van Milly Boele ontstond. Ze wijst daarbij op het bederf van Nederlandse normen en waarden. Wie de afgelopen week verschillende traditionele kanalen als radio, televisie en krant heeft bijgehouden, zal de online opvatting van Femke Halsema, die ‘al dat mediagehijg rond een klein meisje nogal onsmakelijk vond’, wellicht delen. De triomfantelijke tv-reporter die met veel moeite doch weinig gene achter een versperring had weten te spieken om een glimp op te vangen van een tafereel waar verder niets over te melden viel, sprak boekdelen. Toch kreeg juist Halsema, zo blijkt, de verwijten van het volk.
Enerzijds is het moedig dat De Volkskrant de hand in eigen boezem steekt (de krant besteedde, zo kan ik u vertellen, immers ook ruimschoots aandacht aan de gebeurtenis) en het opneemt voor ‘de goede smaak van zelfbeheersing’, teneinde de lezers wat manieren bij te brengen door ze te laten leren van haar eigen fouten De ironie is anderzijds echter dat de krant in kwestie exemplarisch is voor een gevestigd medium dat het steeds moeilijker heeft om zich te handhaven, en zich met dit artikel op kinderlijke wijze lelijk in de vingers snijdt.

De impliciete verwijzing naar Jean Baudrillard, die pakweg 30 jaar geleden het fenomeen van de hyperrealiteit al aansneed, is bij nadere observatie nogal misplaatst. Ten tijde van de grote commotie was het Dordrechtse meisje Milly Boele immers nog vermist; pas later werd bekend dat zij door een 26-jarige politieagent was vermoord en begraven. De uitvoerige publiciteit die de verdwijning in eerste instantie teweegbracht, is daarmee met terugwerkende kracht weliswaar tevergeefs, maar ook volkomen gerechtvaardigd. Het heeft strikt genomen dus niets te maken met de veronderstelde emotiecultuur en/of paniekzaaierij. Dat De Volkskrant dit in haar veroordeling gemakshalve even lijkt te hebben vergeten, duidt op een achterliggend motief dat weinig van doen heeft met de beoogde zelfkritische reflectie.

Berust het soms louter op coïncidentie dat er binnenkort een nieuwe lay-out zal worden doorgevoerd? Naar het voorbeeld van de concurrentie – en ongetwijfeld ook door druk van de teruglopende losse verkoop – ondergaat de krant op 29 maart aanstaande de groots aangekondigde vernieuwing. Toevallig werd op de bewuste 19 maart waar ik nu over spreek net de eerste reclamespot uitgezonden waarin op de gebeurtenis wordt geanticipeerd, vanzelfsprekend gepaard gaand met een uiterst lucratief aanbod voor toekomstige abonnees. Vanuit dit kader beschouwd heeft het statement van Pieter Broertjes en co., al hun nobele doeleinden ten spijt, veel weg van een wanhopige, schijnheilige en iets te doorzichtige poging zich op enige wijze te onderscheiden van andere media.

Een kat in het nauw maakt rare sprongen, maar komt meestal weer op zijn pootjes terecht. Zo niet, dan heeft hij nog acht geboortes achter de hand. Het is onduidelijk waar De Volkskrant nu werkelijk heen wil, of ze zich daartoe gedwongen voelt, of ze de bestemming zonder kleerscheuren bereikt, of ze in het slechtste geval a) een goede kleermaker weet te zitten om de schade te herstellen, b) op zoek moet naar een nieuwe garderobe, c) zal sterven van de kou – in de hartverwarmende, solidaire, betrokken emotiecultuur van de huidige Nederlandse samenleving.

BIJ DE DOOD VAN MILLY

Tot ver in de vorige eeuw werd de moord op een kind gemeld in een bericht van één, hooguit twee kolommen. Een kindermoord werd beschouwd als een afschuwelijk incident, zo zinloos dat er niet veel over te zeggen viel.

De afgelopen dagen ontketende de moord op de 12-jarige Milly Boele uit Dordrecht echter een mediacircus dat voor Nederlandse begrippen ongekend was. De straat waar de moord werd gepleegd, raakte bijna verstopt door de reportagewagens. Ook bij de publieke omroep braken verslaggevers tijdens de uitzending van allerlei programma’s in, zonder dat zij over noemenswaardige informatie beschikten.

De enorme aandacht voor de moord illustreert nog eens dat we in een emotiecultuur leven. Ooit gold een beheerste omgang met emoties als een belangrijk burgerlijk ideaal. In een gedemocratiseerde samenleving is het uiten van heftige emoties niet meer taboe. Voor sommigen is het zelfs een morele eis. Toen GroenLinks-leider Femke Halsema twitterde dat ze het mediagehijg rond een klein meisje nogal onsmakelijk vond, kreeg ze op internet de wind van voren: ‘wat een kille, zakelijke, emotieloze vrouw’.

De emotionalisering van de samenleving is sterk bevorderd door veranderingen in het medialandschap. Commerciële tv en internet spelen sterker in op emoties dan de traditionele media. van weleer. Omdat zij de aansluiting met een veranderde cultuur niet wilden missen, besteden ook gevestigde media, de publieke omroep voorop, steeds meer aandacht aan emoties.

Dat is niet louter negatief. Het is een goede zaak dat het medeleven met slachtoffers is toegenomen. Maar in de zaak-Milly loopt die compassie loopt echter naadloos over in smakeloze sensatiezucht en journalistieke scoringsdrift.

De zelfbeheersing die vroeger als goede smaak werd beschouwd, wordt nu al snel elitair gevonden...Die ontwikkeling is moeilijk terug te dringen. De zelfbeheersing die vroeger als goede smaak werd beschouwd, wordt nu al snel elitair gevonden.

Toch zouden de media zich terughoudender moeten opstellen. Niemand is gediend met de voorspelbare afschuw van voorbijgangers of de speculaties van deskundigen die ook alleen weten wat ze op tv hebben gezien. Maar wat belangrijker is: de overvloedige aandacht heeft ook negatieve maatschappelijke gevolgen. De moord op een kind is een verschrikkelijk drama, dat gelukkig maar heel weinig voorkomt. Door de incidentele daad van een gestoorde enkeling uit te vergroten tot een betekenisvol maatschappelijk verschijnsel, ontstaat een angstige en paranoïde sfeer, waarin voortdurend vragen worden gesteld, zoals ‘hoe moeten wij onze kinderen beschermen’ of ‘kunnen we de deur nog wel opendoen voor de buurman’?

Die angst kan het sociale leven verstoren. In Engeland mogen ouders van sportende kinderen zelfs geen foto’s meer nemen langs het voetbalveld, uit angst dat een vader pedofiel blijkt te zijn. Maar ook met de meest extreemste maatregelen zal totale veiligheid een illusie zijn. Het is goed om waakzaam te zijn, maar niemand kan zich wapenen tegen de onverwachte misdaad van een ontspoord individu. Daarom moeten de media de angst niet onnodig aanwakkeren.

(De Volkskrant, 19-03-2010)