vrijdag 26 maart 2010

BIJ DE DOOD VAN MILLY

Tot ver in de vorige eeuw werd de moord op een kind gemeld in een bericht van één, hooguit twee kolommen. Een kindermoord werd beschouwd als een afschuwelijk incident, zo zinloos dat er niet veel over te zeggen viel.

De afgelopen dagen ontketende de moord op de 12-jarige Milly Boele uit Dordrecht echter een mediacircus dat voor Nederlandse begrippen ongekend was. De straat waar de moord werd gepleegd, raakte bijna verstopt door de reportagewagens. Ook bij de publieke omroep braken verslaggevers tijdens de uitzending van allerlei programma’s in, zonder dat zij over noemenswaardige informatie beschikten.

De enorme aandacht voor de moord illustreert nog eens dat we in een emotiecultuur leven. Ooit gold een beheerste omgang met emoties als een belangrijk burgerlijk ideaal. In een gedemocratiseerde samenleving is het uiten van heftige emoties niet meer taboe. Voor sommigen is het zelfs een morele eis. Toen GroenLinks-leider Femke Halsema twitterde dat ze het mediagehijg rond een klein meisje nogal onsmakelijk vond, kreeg ze op internet de wind van voren: ‘wat een kille, zakelijke, emotieloze vrouw’.

De emotionalisering van de samenleving is sterk bevorderd door veranderingen in het medialandschap. Commerciële tv en internet spelen sterker in op emoties dan de traditionele media. van weleer. Omdat zij de aansluiting met een veranderde cultuur niet wilden missen, besteden ook gevestigde media, de publieke omroep voorop, steeds meer aandacht aan emoties.

Dat is niet louter negatief. Het is een goede zaak dat het medeleven met slachtoffers is toegenomen. Maar in de zaak-Milly loopt die compassie loopt echter naadloos over in smakeloze sensatiezucht en journalistieke scoringsdrift.

De zelfbeheersing die vroeger als goede smaak werd beschouwd, wordt nu al snel elitair gevonden...Die ontwikkeling is moeilijk terug te dringen. De zelfbeheersing die vroeger als goede smaak werd beschouwd, wordt nu al snel elitair gevonden.

Toch zouden de media zich terughoudender moeten opstellen. Niemand is gediend met de voorspelbare afschuw van voorbijgangers of de speculaties van deskundigen die ook alleen weten wat ze op tv hebben gezien. Maar wat belangrijker is: de overvloedige aandacht heeft ook negatieve maatschappelijke gevolgen. De moord op een kind is een verschrikkelijk drama, dat gelukkig maar heel weinig voorkomt. Door de incidentele daad van een gestoorde enkeling uit te vergroten tot een betekenisvol maatschappelijk verschijnsel, ontstaat een angstige en paranoïde sfeer, waarin voortdurend vragen worden gesteld, zoals ‘hoe moeten wij onze kinderen beschermen’ of ‘kunnen we de deur nog wel opendoen voor de buurman’?

Die angst kan het sociale leven verstoren. In Engeland mogen ouders van sportende kinderen zelfs geen foto’s meer nemen langs het voetbalveld, uit angst dat een vader pedofiel blijkt te zijn. Maar ook met de meest extreemste maatregelen zal totale veiligheid een illusie zijn. Het is goed om waakzaam te zijn, maar niemand kan zich wapenen tegen de onverwachte misdaad van een ontspoord individu. Daarom moeten de media de angst niet onnodig aanwakkeren.

(De Volkskrant, 19-03-2010)

Geen opmerkingen: