dinsdag 15 november 2016

NOG VEEL MEER MENINGSVERSCHILLEN

Dertien manieren voor het eten van Franse vissoep

'Franse' vissoep wordt gegeten vanaf Menton aan de Riviera tot en met Oostende aan de Noordzee, al kent de Belgische kust ook de 'Oostendse vissoep'. Samenstelling, receptuur en benaming van de Franse vissoep variëren al naar gelang de streek, het aanbod van de vismarkt en de kok. Nog veel meer meningsverschillen bestaan er over de manier van eten.
We hebben het nu niet over de chique bouillabaisse en bourride, maar over de 'gewone' Franse vissoep. Dat is een visbouillon met een wat bruin tot lichtgele kleur, zonder stukken vis erin. In Frankrijk heet de soep meestal 'Soupe de poissons', soms nader aangeduid met à la Provençale. Er zijn andere regionale varianten, zoals à la Marseillaise en à la Charentaise.

In Nederlandse kookboeken komt deze vissoep nauwelijks voor. Wel geeft 'Het grote visboek' een recept onder de naam 'Boeren vissoep'. Hoe komen ze erop - 'boeren vissoep' doet denken aan rundergraten, varkensvinnen en schaapsschubben!
De Franse vissoep maakt men van goedkope vissoorten, die met aangefruite groente (zoals ui, venkel, tomaten) en saffraan worden getrokken tot een bouillon. Na het zeven daarvan wordt de vis gefileerd en samen met de groente verwerkt tot een puree die weer aan de bouillon wordt toegevoegd. De soep wordt geserveerd met croutons (gebakken of geroosterde stukjes brood), rouille ('mayonaise' van Spaanse pepers, knoflook, saffraan) en geraspte kaas (van een smeltende soort).

De Franse vissoep bestaat dus uit vier onderdelen, die meestal los naast elkaar worden geserveerd. De bouillon in een diep bord of een flinke kom, de croutons op een schaaltje, de rouille en de kaas elk in een eigen kommetje.

Over de vraag hoe die vier ingrediënten tezamen moeten komen, bestaan bijna evenveel opinies als er liefhebbers zijn van Franse vissoep. Gedurende decennia van observaties tijdens vakanties ben ik gekomen tot de volgende, waarschijnlijk toch nog incomplete inventarisatie.

1. De bouillon ligt heet in een diep bord. Men bestrijkt één of twee croutons met rouille, strooit daarover een plukje kaas en laat die in de bouillon glijden. Men duwt de crouton even onder om de rouille extra zacht te maken en de kaas wat te laten smelten, en dan lepelt men de crouton op met de bouillon. Dan prepareert men weer nieuwe croutons. Tussen de crouton-happen door kan men af en toe een hap pure bouillon nemen, maar men eet deze soep toch vooral voor de croutons.
Zó eet men volgens mij Franse vissoep op zijn lekkerst, zó doe ik het dus altijd.

2. Veel toeristen beschouwen de crouton als een toastje, een variant op de soepstengel en eten die droog op.

3. Als toeristen er al rouille opsmeren, vinden ze die vaak te scherp. Het blijft dan vaak bij één geconsumeerde crouton.

4. Sommigen leggen de croutons één voor één onbesmeerd in de soep.

5. Anderen leggen de croutons (besmeerd of onbesmeerd) alle tegelijk in de soep, zodat de laatste bij het eten helemaal papperig zijn en uiteenvallen. Dat gebeurt ook bij restaurants die de bouillon al over de croutons uitgegoten serveren.

6. Sommige Fransen houden juist van scherpe rouille en eten de daarmee besmeerde croutons zó, buiten de soep om.

7. Echte liefhebbers vragen om extra croutons en rouille.

8. De kaas blijft soms geheel onaangeroerd - onbegrijpelijk.

9. De kaas wordt rechtstreeks opgegeten - dat is beter na te voelen.

10. De kaas wordt los van de croutons in de soep gestrooid, waar die draden trekt, wat het soep lepelen maakt tot het vissen naar nattigheid in een kazig net.

11. De croutons worden los gegeten, de rouille wordt door de soep geroerd, al of niet met de kaas erbij.

12. Er wordt niets gedaan met soep, croutons, kaas en rouille, omdat men hoopte op een heldere vissoep en de Franse bouillon aanziet voor bocht. Sommigen willen dat de bediening het bord weghaalt, 'dit was niet besteld' of ze eten toch nog een kaascrouton.

13. Alle ingrediënten worden tegelijk in de bouillon gedaan en dan prakken, roeren, prakken, roeren. Ik zag dat in Vienne: een wat boersige Fransman prakte en roerde langdurig tot er een dikke natte brij was ontstaan, een Franse visstampotsoep.

donderdag 16 juni 2016

IT'S HOT

Het onderwerp van de zwart-wit verhoudingen zou je willen laten vallen als een heet dubbeltje.

Maar dat kan niet. Ik niet, tenminste, want ik moest er wel aan denken toen ik zangeres Izaline Calister twee keer kort na elkaar zag optreden. De eerste keer hoorde ik haar in het Letterkundig Museum, bij de uitreiking van de P.C. Hooftprijs aan Astrid Roemer. Ze zong onder meer een gedicht van de schrijfster in het Papiaments. Niet veel later zag ik haar in het Concertgebouw, tijdens een avond met Curaçaose muziek.

Het was dit toeval dat me ertoe bracht de twee bijeenkomsten met elkaar te vergelijken. De overeenkomst zat hem niet zozeer in Calister, maar vooral in de toespraken. Lofredenaars bij de prijsuitreiking wezen erop dat met Astrid Roemer eindelijk een zwarte vrouw was doorgedrongen tot de godenrij van de Nederlandse letteren. En de presentator van het concert merkte op hoe bijzonder het was dat de Antilliaanse muziek nu te horen was in de heilige hallen van het Concertgebouw. Alsof ik bij toeval twee keer getuige was van een doorbraak.

Daardoor schoot me het commentaar te binnen van actrice Whoopi Goldberg op de verkiezing van Barack Obama tot president in 2008. Pas door de keuze voor een zwarte president kon ze zich als Amerikaan ook werkelijk deel van het land van onbegrensde mogelijkheden voelen, zei ze. „I could put my suitcase down, finally.” De beeldspraak raakte me indertijd en nu leken de sprekers bij de uitreiking van de P. C. Hooftprijs hetzelfde te zeggen. Dat zwarte vrouwen eindelijk hun koffer kunnen neerzetten in de letteren.

Zo schoof dus iets op zijn plaats in de oude Koninkrijksrelaties. Ik beleefde de aankomst in de cultuurtempels - de thuiskomst - van de Antilliaanse muziek en de Nederlandstalige roman uit Suriname.

En precies op datzelfde moment vlamde elders het gesprek op over vooroordelen, over racisme en etnische profilering. Ook dat was een teken dat iets op zijn plaats begint te schuiven. Want afgezien van die enkele beschaafde denker in Nederland die door de wolven is opgevoed, zitten we vol vooroordelen. En die kun je dan maar beter in het gesprek betrekken.

Niet alleen de negatieve. Er zijn immers ook positieve vooroordelen. In de vorm van een mal exotisme zijn die ooit het best verwoord door Edina uit Absolutely Fabulous, toen bleek dat haar dochter zwanger was een zwarte man. Want een gekleurd kleinkind, a mixed-race baby, darling, was dat voor een stijlgoeroe zoals zij niet het meest begeerlijke accessoire? „Oh, my God, it’s the must-have of the season! It’s the CHANEL of babies!” Zo is er een hele hutsekluts van sympathieën, antipathieën, zelfhaatexercities, superioriteits- en inferioriteitscomplexen en het heeft weinig zin die terug te brengen tot een simpele beschuldiging. Wel heeft het zin, nu vooral de witte mannen zich roeren, erop te wijzen dat alle onderlinge vooroordelen geen spiegelbeeld van elkaar zijn. Ja, witte mannen worden ook wel eens ten onrechte naar bejegend door zwarte vrouwen – maar dat is niet hetzelfde als andersom. Je kunt best bezwaar maken tegen vooroordelen over mannen, maar niet als jij-bak. En niet om je voor seksisme of racisme te verontschuldigen – ‘jullie doen het zelf ook’. Het Is Niet Het Zelfde!

Hier zit denk ik de crux, in het verschil tussen individuele en groepservaringen. Een arme witte man in Amerika is slechter af dan een geslaagde zwarte vrouw als Whoopi Goldberg. Dat is zo. Op het individuele vlak. Zwarte jongens in musea en concertgebouwen hebben het in tal van opzichten beter getroffen dan witte jongens aan de onderkant van de samenleving, dat is zo. Zij die bevoorrechte posities innemen doen er goed aan die verhoudingen te doorzien. Mensen doen er überhaupt goed aan elkaars individuele kwetsbaarheid te doorzien.

Dat neemt niet weg dat de collectieve geschiedenis kan verhinderen je koffers neer te zetten. Het neemt niet weg dat groepsprofielen snel worden gevoed door maatschappelijke vooroordelen en dat daarmee de drempels voor sommige groepen vervelend hoger worden. De schadelijkste bijdrage op de recente opiniepagina’s kwam van degene die riep om ‘feiten’– en die in één moeite door suggereerde dat willekeurig aanhouden van ‘kleurlingen’ vanzelf leidt tot betere opsporing van misdaad. Dat zijn geen feiten, dat is opruiing.

Als je dan toch een profiel moet maken, let dan verdomde goed op je definities, je wetenschappelijke bias, je selectie van gegevens, je valse zekerheden en je toepassing in de praktijk. Want vooroordelen kun je noch in de samenleving noch in jezelf voorgoed uitroeien. Maar je kunt wel zorgen dat je ze niet tot beleid verheft.

(Maxim Februari, NRC, 14 juni 2016)

maandag 16 mei 2016

KOU

Toch kreeg ik na een belegering van jaren een relatie met een kleuterjuffrouw. Zij kwam uit een dorp in de buurt van de Sloveense grens, ze had nog nooit een orgasme gehad en dat wilde ze ook zo houden. 'Seks', zei ze, 'is tot daar aan toe, maar een orgamse is het begin van het einde.' Vaak huilde ze na het neuken en soms ook tijdens. Toch aarzel ik een verband te leggen tussen verdriet en de geslachtsgemeenschap, ook als er geen sprake was van coïtus stonden haar regelmatig de tranen in de ogen.
Ze was samen met haar ouders naar Wenen verhuisd. Haar ouders gingen drie keer per week kegelen en op die avonden gingen wij in hun bed liggen. De lakens hadden die bedompte geur die je ook wel kunt vinden in sommige pensions en opvangtehuizen voor daklozen.
Tijdens de copulatie fluisterde de kleuterjuffrouw, als zij niet huilde, 'Zachtjes, Marek, zachtjes, zachtjes, zachtjes.'
Het leek alsof mijn vader via haar wraak nam op mijn pogingen hem te dresseren. Want hier werd ik, en niet onsuccesvol, gedomesticeerd.
Meer en meer voelde ik mij tijdens het neuken als een grote marmot die verdwaald was in de vagina van de kleuterjuffrouw.
Vaak zei ze, als ik haar betastte, 'Moet je je kwakje weer kwijt, Marek?' En ook, 'Wat een geluk voor jou dat mijn ouders zo van kegelen houden.'
Ik was monogaam, maar niet vrijwillig. Naast kleuterjuffrouw begeerde ik vele anderen, maar de werkelijkheid kwam mij zo vijandig voor dat ik haar uit de weg ging. Leven deed ik elders.
- Marek van der Jagt, 2002.

zondag 10 april 2016

DEFICIT / KOFSCHIP


Ondanks kofferguys dramatische avond bij Miljoenenjacht

Foto's
1



De eerste aflevering van de spelshow Miljoenenjacht met daarin de langverwachte 'kofferguys' leverde de finalekandidaat zondagavond geen gouden bergen op. De gelukzoeker speelde in de eerste twee rondes direct alle hoge bedragen, waarvan 5 miljoen euro de hoogste is, klakkeloos weg. Met een zuchtende Linda de Mol tot gevolg. 'Ik probeer positief te blijven maar ik heb nog nooit zo'n slecht begin meegemaakt.'
In tegenstelling tot de eerdere afleveringen van het populaire RTL4-programma, had kandidaat Folkert uit Amsterdam flinke pech. De kofferguys, die zondagavond hun opwachting maakten nadat een Miljoenenjachtfan een succesvolle oproep deed om de mooie kofferdames te vervangen voor knappe kofferguys, brengden de 23-jarige finalist geen geluk.

,,Ik raak hier langzaam depressief van'', aldus De Mol al na de eerste ronde. Na drie rondes stond het bod van de bank op een schamele 1.500 euro. Zelfs het spelletjesgevoel van De Mol leek geheel verdwenen. ,,Als hier een hoog bedrag inzit, dan eet ik mijn schoen op'', klonk het door de studio, waarna weer een ton uit een koffertje verdween. Gekscherend stak De Mol de punt van haar schoen in haar mond.

Folkert wilde met zijn gewonnen geld zijn studieschuld aflossen, hij maakte uiteindelijk nog een deal van 9.000 euro. In zijn koffertje bleek 500 euro te zitten.

dinsdag 26 januari 2016

WEEROMSTUIT

Banaan op het veld? Doe een leuke apendans!

Vester Bergmans − 24/01/16, 12:25
© photo news. Riechedly Bazoer, hier op de voorgrond, was afgelopen week het mikpunt van oerwoudgeluiden vanaf de tribune.
De als beledigend bedoelde oerwoudgeluiden van ADO-fans, vorige week in de wedstrijd tegen Ajax, vragen om een ontnuchterende reactie. Filosofe Vester Bergmans doet tijdens dit voetbalweekend wat suggesties.


De coach van ADO Den Haag, een zwarte man, stelde in de wedstrijd tegen Ajax van afgelopen zondag vijf zwarte spelers op. Hoe belachelijk is het dan om één zwarte speler van de tegenpartij racistisch te bejegenen door middel van oerwoudgeluiden en het bananenlied?

De absurditeit zit echter niet zozeer in de inconsistentie van de niet zo snuggere ADO supporters als wel in het gegeven dat die geluiden en liederen symbool staan voor racisme. De KNVB twitterde meteen: "Oerwoudgeluiden zijn vreselijk." Hoewel ze die betekenis hebben, zijn ze als zodanig natuurlijk niet vreselijk. Oerwoudgeluiden zijn gewoonweg de geluiden die apen maken, onder andere in oerwouden.

'Je moeder is een hoer!'
Als je de imitatie van dat geluid beledigend vindt, dan beledig je tegelijkertijd het geïmiteerde, wat toch vrij absurd is aangezien de aap niemand iets heeft aangedaan. Bovendien verloochen je je eigen afkomst, als je tenminste gelooft in de evolutie-theorie (arme Darwin, hij zou zich omdraaien in zijn graf). Hetzelfde principe geldt voor het roepen van 'Je moeder is een hoer!' Ook dan is de oorspronkelijke belediging niet gericht aan je moeder, maar aan vrouwen die hoer zijn.
  • © anp.
    Bij Ajaxied Riechedly Bazoer werden bloemen bezorgd, afkomstig van de harde kern vna ADO Den Haag.
Hoe kunnen we hier nou het beste op reageren? Laten we een voorbeeld nemen aan Dani Alves, speler van FC Barcelona. Hij pakte in april 2014 een naar hem toegeworpen banaan van het veld, pelde hem en at hem op, om vervolgens doodleuk een hoekschop te nemen. Wat Alves snapte, is dat een banaan maar een banaan is. Hij maakte slim gebruik van de ont-symboliserende kracht van de ironie door de angel, het symbool, uit de aanval te trekken. Wat overblijft is geen stekende wesp meer maar een schattig geelzwart brommend vliegje.

Deze ontnuchterende strategie kunnen we gemakkelijk op andere beledigingen toepassen die het moeten hebben van hun symboliek. Loop niet van het veld, blaas de wedstrijd niet af, maar negeer het ook niet door gewoon door te spelen. Wil je de daders te kijk zetten, neem het dan op ironische wijze op voor de slachtoffers: de bananen, apen en hoeren.

Spelers, doe voor de verandering eens een apendansje op het veld als er oerwoudgeluiden klinken. Publiek, zing dat bananenlied uit volle borst mee. Bestuur, nodig hoeren uit in het stadion; dan hebben de mannen bovendien ook nog wat te kijken als de bal voor de zoveelste keer terug op de keeper wordt gespeeld. Weg met die nutteloze bordjes 'Say no to racism', want welke racist laat zich daar nu door overtuigen?

Monkey Power
Ik wil vuisten in de lucht zien van mensen die luidkeels 'Monkey Power!' roepen, spandoeken met 'We love Bananas' erop, een heel stadion omgetoverd tot oerwoud compleet met lianen waar supporters aan bungelen in een Tarzan-pakje die tevergeefs met één hand zwaaien naar de camera die maar niet op hen gericht wordt, terwijl als aap verklede clubmensen bananen uitdelen aan het publiek en 'In the jungle, the mighty jungle!' uit de speakers knalt. En de hoeren, die zetten we in het zonnetje, want door dat kamertje met die gordijnen komen maar weinig zonnestralen binnen. Een eerbetoon op z'n Van Gaals dan maar? 'Respect for the Horse!'

Dit schrijvende zie ik het al helemaal voor me dat wereldwijd dit soort acties worden gedaan in de stadions. Wat zou het toch prachtig zijn om zo de draak te steken met racisme en discriminatie.